Inspraakreactie van de Werkgroep Stop de IJmeerbrug
www.ijmeerbrug.org
___________________________________________________________________________
Inspraakreactie op de Structuurvisie Zuiderzeelijn (juni 2006)
Aan: Inspraakpunt Verkeer en Waterstaat Amsterdam, 6 juni 2006
Structuurvisie Zuiderzeelijn
Postbus 30316
2500 GH Den Haag
Geachte heer/mevrouw,
Hierbij maken wij bezwaar tegen het beleidsvoornemen van het Kabinet en de
Structuurvisie Zuiderzeelijn, voorzover deze pleiten voor OV-oplossingen via
het IJmeer, daarbij inbegrepen zowel integrale bereikbaarheidsalternatieven
als regiospecifieke oplossingen. Aangezien het Kabinet zelf al heeft
afgezien van de integrale bereikbaarheidsalternatieven, gaan wij verder
alleen in op de regiospecifieke alternatieven.
Het IJmeer is onderdeel van de ‘natte as’ en de ‘ecologische
hoofdstructuur’. Een eventuele IJmeerverbinding loopt door het werelderfgoed
(UNESCO) de stelling van Amsterdam. De brug zal een historisch beeld – het
eiland Pampus in de ruimte van het IJmeer – voorgoed aantasten.
Daarnaast geniet het IJmeer zware bescherming op grond van de Europese
Vogel- en Habitatrichtlijn. Dit is onder meer aangetoond door de uitspraak
van de Raad van State van november 2004, waarin het bestemmingsplan
IJburg-fase 2 werd vernietigd. Het IJmeer is aangewezen als speciale
beschermingszone (SBZ) in het kader van de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR).
Indien uit de beoordeling van plannen/projecten blijkt dat er negatieve
significante effecten op de Speciale Beschermingszone (SBZ) optreden, kan
het plan geen doorgang vinden tenzij:
1) er sprake is van een plan waarbij geen alternatieve oplossingen aanwezig
zijn;
2) het gaat om dwingende redenen van groot openbaar belang (met inbegrip van
redenen van sociaal-economische aard);
3) daarbij alle compenserende maatregelen genomen worden die noodzakelijk
zijn om de samenhang van Natura 2000 te bewaren.
ad 1) Het bestaande tracé via de Hollandse Brug biedt een prima alternatief
voor een OV-verbinding via het IJmeer. Het betreft in dit verband met name
woon-werkverkeer, van Almere Pampus naar Amsterdam, Schiphol.
Woon-werkverkeer leent zich bij uitstek voor Snel Vervoer op Aanvraag (SVA).
Wij pleiten dan ook voor een snelle busverbinding Almere – werkgebieden
Noord-Holland (Superbus), of een RER (hoogfrequente stoptrein) – Schiphol –
Almere via de Hollandse Brug en het bestaande tracé.
ad 2) Er zijn weliswaar redenen van groot openbaar belang – dat wil zeggen
economische en sociale belangen – maar deze zijn niet dwingend. Aangetoond
is dat de regiospecifieke alternatieven leiden tot een bescheiden groei van
de werkgelegenheid en economische groei in Amsterdam (minder dan 1%). Voor
Almere noch voor de rest van Flevoland wordt een toename van de
werkgelegenheid verwacht als gevolg van de verbeterde bereikbaarheid (zie
blz. 45 Structuurvisie Zuiderzeelijn). Evenmin zal Almere als woongebied
aantrekkelijker worden (zie blz. 48 Structuurvisie Zuiderzeelijn). Wij
willen u verder wijzen op de toets van het Centraal Planbureau die aantoont
dat de baten van de verschillende OV-alternatieven via het IJmeer heel klein
zijn, en soms zelfs negatief. Ook zijn de kosten veel hoger dan eerder
beraamd. De regionale werkgelegenheidseffecten zijn gering en er kan niet
met zekerheid worden gezegd waar ze optreden (zie p. 55 van de
Structuurvisie Zuiderzeelijn).
ad 3) De vraag is of dergelijke maatregelen ter compensatie in het betrokken
gebied (kunnen) worden genomen. Bij de aanleg van IJburg heeft de gemeente
Amsterdam de belofte gedaan dat er zou worden gecompenseerd. De gemeente
Amsterdam is deze belofte maar ten dele nagekomen. De overheid is wat dit
betreft dan ook onbetrouwbaar gebleken. De partijen die betrokken zijn bij
de Toekomstvisie IJmeer 2005, hebben als oplossing voor dit ‘probleem’
bedacht dat het beter zou zijn wanneer de natuur vooraf wordt gecompenseerd.
Aangezien er in de Randstad geen ruimte voor compensatie meer zou zijn, zou
deze moeten plaatsvinden in de Flevopolder. Wij denken niet dat veel
Randstedelingen een dergelijke oplossing zullen kunnen waarderen.
Wij denken dat de kans groot is dat het plan voor de IJmeerverbinding bij de
rechter zal sneuvelen op grond van het ontbreken van een dwingende noodzaak
en beschouwen nader onderzoek naar dit plan dan ook als een verspilling van
belastinggeld.
Wij verzetten ons verder met klem tegen de visie van een dubbelstad
Almere-Amsterdam. Onze procedurele bezwaar richt zich op het feit dat in het
kader van de besluitvorming door Almere en Amsterdam diverse stukken zijn
ingebracht die op geen enkele wijze in een inspraakprocedure getoetst zijn
aan de opvattingen van de betrokken bewoners, b.v. de IJburgers. Evenmin
zijn deze voorgelegd aan de democratische lagere bestuursorganen
(gemeenteraad, Provinciale Staten). Technisch-juridisch bestaat daartoe
misschien (nog) geen verplichting, maar het lijkt ons zinnig dat de minister
en het Kabinet begrijpen dat een pamflet als de Toekomstvisie IJmeer 2005
slechts de opvattingen van een aantal locale bestuurders verwoordt.
Inhoudelijk kunnen de volgende bezwaren tegen deze visie worden ingebracht.
Almere moet zich voor de werkgelegenheid niet uitsluitend – en zelfs niet
hoofdzakelijk – op Amsterdam oriënteren. Het moet zich onttrekken aan de
slaapstadpositie door zelf meer werkgelegenheid te creëren. Al te vaak wordt
er te gemakkelijk van uitgegaan dat een vergrote bereikbaarheid automatisch
zal leiden tot verschuiving van de bedrijvigheid van Amsterdam naar de
polder. Het CPB heeft er reeds op gewezen dat er evenzeer aanwijzingen zijn
dat de beperkte bedrijvigheid uit de polder juist zou verhuizen naar
Amsterdam en omgeving, wat de mobiliteitsbehoefte zal aanzwengelen (zie de
Second Opinion van het CPB op de Kosten en Batenanalyse (KBA) van de
Planstudie Schiphol-Amsterdam – Almere). Een dubbelstad zou wel eens niet
kunnen ‘werken’ als er sprake is van ongelijkwaardige partners.
Daarnaast zijn buitendijkse oplossingen voor woningbouw in het IJmeer
onnodig, kostbaar en onverantwoord in verband met de verwachte
zeespiegelstijging. Het IJmeer functioneert nu als waterberging. Het is
begrijpelijk dat Almere en de hoofdstad willen uitbreiden, maar er zijn
grenzen en het IJmeer is er een van. In dit verband wijzen wij op de belofte
die het Kabinet reeds in januari 2002 heeft gedaan om het IJsselmeer,
Markermeer, IJmeer en de randmeren in de toekomst ongemoeid te laten in
verband met de functie van deze meren als waterbergingsgebieden. Deskundigen
van Rijkswaterstaat hadden toen al vastgesteld dat het oppervlak van het
IJsselmeer en Markermeer door buitendijkse landaanwinning, zoals IJburg, te
veel was afgenomen.
Bovendien blijkt dat de uitbreidingen van Amsterdam niet steeds even
succesvol zijn geweest. Hierbij valt te denken aan Amsterdam Zuid-Oost, waar
momenteel een ingrijpende herstructurering plaatsvindt. Het belastinggeld
dat met het plan voor een dubbelstad en de IJmeerverbinding gemoeid is, kan
nuttiger besteed worden door verbetering van bestaande wijken en hier
woningbouw toe te voegen, zoals momenteel gebeurt in Amsterdam-Noord. Ook
kunnen de Haarlemmermeer en de Bollenstreek voor woningbouw in aanmerking
komen. Deze liggen bovendien dichterbij de werklocaties Schiphol en
Amsterdam-Zuid. Het dubbelstadconcept is voorts niet gestoeld op feiten,
maar op een ‘visie’. Het fictieve gehalte van het concept wordt blootgelegd
door onderzoek van de regio. Het ROA-rapport Verkenning Regionale
IJmeerverbinding toont immers aan dat de IJmeerverbinding met name ten goede
zou komen aan Almere Pampus en Amsterdam Oost. Het betreft hier dus in wezen
een relatief klein woongebied.
De noodzaak voor een IJmeerverbinding staat overigens ook volgens deze
verkenning niet vast, omdat niet kan worden aangetoond dat de gewenste
stedelijke ontwikkeling van Almere Pampus onmogelijk is zonder een
IJmeerverbinding (zie blz. 76 VRIJ-rapport). Zonder buitendijkse westelijke
uitbreiding zou de verbinding onvoldoende ‘vlees’ hebben. Dat wil zeggen dat
de verbinding alleen nut heeft indien Almere buitendijks uitbreidt.
Aangezien er voor Almere binnendijkse oplossingen zijn voor uitbreiding,
vervalt de noodzaak voor Almere-Pampus en daarmee de IJmeerverbinding. Het
baart ons grote zorgen dat bepaalde locale bestuurders inmiddels bezeten
lijken van deze, in onze ogen, megalomane visie, wat niet veel goeds belooft
voor de toekomst.
Evenmin is een IJmeerverbinding noodzakelijk voor het vergroten van de
fijnmazigheid van het OV-netwerk en daarmee het functioneren van de
Noordvleugel als onderdeel van het Stedelijk Netwerk Randstad, aangezien de
Hollandse Brug hiervoor een goed alternatief biedt. De vraag is of de
intensivering van de Noordvleugel als fysiek netwerk wenselijk is. Een
IJmeerverbinding zal een verdere verstedelijking van het Noordelijke deel
van de Randstad tot gevolg hebben, die de nu reeds drukbevolkte Randstad
minder leefbaar zal maken. Het mag niet zo zijn dat de Randstadbewoners en
masse voor een beetje leefbaarheid naar Almere zullen moeten vluchten!
Bovendien bieden de moderne communicatiemiddelen ruim voldoende
mogelijkheden voor de Randstad om als netwerk te functioneren, zonder dat
dit schadelijke gevolgen heeft voor mens, dier en milieu.
Tot slot zouden wij willen wijzen op de huidige recreatieve functie van het
IJmeer. Dit meer wordt momenteel intensief gebruikt door de recreatieve
zeilvaart uit Amsterdam, Muiden, Almere, Naarden en Huizen. De aanwezigheid
van bruggen is per definitie contra-indicatief voor de kwaliteit van het
vaargebied. De aanleg van een eventuele IJmeerbrug vermindert de
aantrekkelijkheid van het vaargebied voor de wat grotere schepen, ook al
kunnen zij onder zo’n brug door. In Amsterdam wordt momenteel ingezet op
nieuwe jachthavens, op Zeeburgereiland en in de Entrepothaven in Zeeburg. De
IJmeerbrug zal een negatieve uitwerking hebben op deze plannen. Bovendien
vermindert de brug de kwaliteit van bestaande jachthavens in Muiden en de
Marina Muiderzand bij Almere.
Op grond van het bovenstaande willen wij u verzoeken af te zien van een
OV-verbinding Amsterdam-Almere in het kader van de Structuurvisie ZZL, in
welke vorm dan ook, voorzover deze via het IJmeer wordt geleid. Wij hopen
van harte dat het gezonde verstand mag prevaleren.
Hoogachtend,
Katja Maliangkay Xandra Lammers
Jacques Sleypen Chris Odijk
Jan Erik Burger
Tevens namens de overige leden van de Werkgroep Stop de IJmeerbrug (bewoners
van IJburg)